Over de stichting

Stichting Duurzame Projecten Loenen (DPL)

De Stichting Duurzame Projecten Loenen (DPL) is in 2017 opgericht en heeft als doel het creëren en ondersteunen van initiatieven om de duurzaamheid en de leefbaarheid in het dorp Loenen te bevorderen in het kader van Zonnedorp Loenen.

Activiteiten: De activiteiten van DPL bestaan uit het aantrekken en implementeren van verschillende (subsidie) projecten in Loenen. Het eerste project van de stichting is de ontwikkeling van een virtuele energiecentrale.


De virtuele energiecentrale

In de virtuele elektriciteitscentrale wordt alle lokale opgewekte energie, van zonnepanelen of andere duurzame energie-opwekkers, samengevoegd en centraal aangestuurd. Dit zorgt er voor dat vraag en aanbod van energie beter op elkaar worden afgestemd. Hiervoor is een Europese subsidie van 850.000 euro en financiële steun van de Provincie Gelderland beschikbaar.

Het streven is om Loenen, met behulp van zonnepanelen en andere duurzame technologieën, binnen 20 jaar energieneutraal en zelfvoorzienend te maken.

Verband tussen LEN en DPL

De afgelopen twee jaar investeerden bewoners en ondernemers via Loenen Energie Neutraal (LEN) al voor 1 miljoen euro in duurzaamheidsprojecten zoals de plaatsing van zonnepanelen en isolatie. In het verlengde hiervan is in 2016 door LEN samen met de gemeente Apeldoorn, onder aanvoering van de Technische Universiteit Eindhoven, een nieuwe Europese subsidieaanvraag gedaan voor het ontwikkelen van een virtuele energiecentrale.  Deze aanvraag is beloond door Interreg North-West Europa, de Europese organisatie die gaat over het stimuleren van duurzame en innovatieve projecten. Het nieuwe project wordt aangestuurd door de Stichting Duurzame Projecten Loenen (Stichting DPL).

Interreg Noord-West Europa

Deze aanvraag  van LEN voor een community based Virtual Power Plant is onlangs beloond door Interreg North-West Europa, de Europese organisatie die gaat over het stimuleren van duurzame en innovatieve projecten. Niet alleen in Loenen maar ook in twee andere Europese landen (België en  Ierland) zal aan het project worden gewerkt. Als het model blijkt te werken, wordt het uitgerold naar andere steden.